• Print
  • Bookmark

Arabica en Robusta

Twee soorten voor veel verschillende melanges

De koffieplant hoort bij de familie van de Rubiacee, geslacht Coffea, die ongeveer 90 soorten bevat.

De drie belangrijkste soorten voor de economie zijn: Coffea Arabica, Coffea Canephora, ook wel Coffea Robusta genoemd, en Coffea Liberica. De groenblijvende plant groeit in de landen tussen de Kreefts- en de Steenbokskeerkring.

Koffieplantages hebben veel behoefte aan water, voornamelijk tijdens de periode van de volledige groei.

Coffea Arabica, met zijn vele varianten (Bourbon, Catui, Caturra, Catimorra, Mundonovo, enz.) vertegenwoordigt op dit moment tweederde van de wereldproductie van koffie. De plant is vrij gevoelig en heeft een intensievere verzorging nodig dan de Robusta. De koffiebonen hebben de vorm van een uitgerekte ovaal, zijn groen-blauw van kleur en hebben een ondiepe, golvende groef.

De ideale omgeving voor de Coffea Arabica is op een hoogte van 600 tot 2000 meter: hoe hoger de plant groeit, hoe meer de organoleptische kwaliteiten van de koffiebonen verbeteren.

De belangrijkste telers zijn de landen in Zuid- en Midden-Amerika, maar er is ook koffie van uitstekende kwaliteit te vinden in enkele delen van Afrika en Azië. Er is een uitgebreid assortiment Arabica-koffie op de markt. De smaakverschillen worden veroorzaakt door het land van herkomst en de vele verschillende varianten.    

Arabica-koffie heeft een rijk aroma, is zeer geurig, zoet en licht zurig. Het cafeïnegehalte is lager dan dat van de Robusta-koffie: in de groene koffie is het ongeveer 1,4%.

Arabica

Robusta

Coffea Canephora (Robusta) komt veel voor in Afrika, Azië, Indonesië en vertegenwoordigt op dit moment ongeveer éénderde van de wereldproductie. Deze koffie groeit op hoogten van zeeniveau tot 600 meter, waar hij vrij goed bestand is tegen het warme en vochtige klimaat, met pieken van boven de 30°C.
De koffie die wordt verkregen na het branden heeft een volle body en een chocolade-achtige smaak met een sterke nasmaak.

 

We raden je