• Print
  • Bookmark
Koffie in het land van de zon

Ook al kan de koffieplant niet in dit land worden verbouwd omdat het niet dicht genoeg bij de evenaar ligt, was het Italië dat het beste uit de koffie wist te halen met bereidingsmethodes die het aroma van de bonen helemaal tot hun recht laten komen.

 Koffie hoort bij de Italiaanse cultuur: Italië importeert jaarlijks ongeveer 8 miljoen zakken koffie. Twee manieren van bereiden zijn in Italië onlosmakelijk verbonden met koffie: de moka thuis en de espressomachine in bars, restaurants en werkomgevingen.

In Venetië, waar in 1570 al in koffie werd gehandeld, opende in 1683 de eerste koffiezaak op piazza San Marco.

Enkele katholieke priesters uit die tijd wilden echter
"de helzwarte drank des duivels" laten verbieden.
Van koffiezaken tot literaire cafés

Nadat Paus Clemens VIII een kopje koffie had geproefd, zou hij het verzoek van de priesters om koffie te laten verbieden, weggewimpeld hebben met de woorden: “Laten we niet de zonde begaan om dit hemelse drankje heidens en des duivels te noemen. Met onze zegen wordt het een christelijke drank”.

Dit is de reden waarom de koffie zich zonder onderscheid tussen arm en rijk over het hele Italiaanse schiereiland kon verspreiden en het koffiedrinken een sociaal ritueel werd voor kunstenaars, politici en schrijvers.

Het is vooral in de 20e eeuw dat dankzij de Italiaanse vindingrijkheid
de espressomachine en de moka worden uitgevonden.
De uitvinding van de espressomachine

Het woord espresso betekent “snel bereid”. Waarschijnlijk zocht men naar een methode om de bereidingstijd van koffie in openbare gelegenheden zo kort mogelijk te maken.

Het eerste prototype van een espressomachine wordt op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1855 gepresenteerd. Enkele jaren later maakt de Milanese ingenieur Luigi Bezzera in 1901 de eerste espressomachine met stoom. Dankzij het octrooi van Bezzera werken meerdere Italiaanse bedrijven aan technologische verbeteringen, waaronder La Pavoni en Victoria Arduino in Turijn.

In 1948 lanceert Achille Gaggia de extractiemethode “onder druk” waarmee de drank geconcentreerder en aromatischer wordt en een romige crema krijgt: dit is de espresso zoals wij hem nu kennen.

Tussen de jaren ’40 en het begin van de jaren ’50 beginnen de fabrikanten van espressomachines industriële hoeveelheden te produceren en in 1949 ontwerpt de beroemde architect Giò Ponti voor La Pavoni de eerste espressomachine met een liggend waterreservoir, wat grote gevolgen heeft voor de esthetische evolutie van de apparaten.

De lancering in 1961 van de E-61 van La Faema vormt een nieuwe mijlpaal in de geschiedenis van de koffiebereiding: door de verwarmde buisleiding kan het water constant op temperatuur blijven, ook als met de machine een tijd geen koffie wordt gezet.

Sindsdien zijn de de espressomachines geëvolueerd om altijd
“een vakkundig bereide espresso" te garanderen.
De moka en de thuis bereide koffie

Wat niet veranderd is in de loop der jaren, is de werking van het moka-apparaat dat door Alfonso Bialetti in 1933 werd bedacht. Hij noemde zijn toestel dat voornamelijk uit vier elementen in aluminium en een handvat in bakeliet bestond, “Moka Express”.  De meeste moka's zijn tegenwoordig van staal, maar allemaal werken ze nog op dezelfde manier: overal worden ze nog altijd met hetzelfde typische handgebaar “dichtgeschroefd”.

Zowel de espresso als de moka hebben de manier van koffiedrinken en -bereiden in Italië grondig gewijzigd.